Home > Special over Ongelijkheid

Special over Ongelijkheid


Special over vermogens- en inkomensongelijkheid!

Het thema ‘ongelijkheid’ staat weer op de agenda. Dit is deels toe te schuiven aan de Occupy beweging die na het uitbreken van de crisis de straat op ging met de spreuk “We are the 99%”. Deze maakt het verschil duidelijk tussen de rijkste 1% en de overige 99 procent. Na het uitkomen van het boek van Thomas Piketty ‘Capital in the Twenty-First Century’ staat het voorlopig weer echt op de agenda.

Wat verstaan we onder ongelijkheid?

Allereerst is het belangrijk om onderscheid te maken tussen inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid. De inkomensongelijkheid gaat over de verschillen tussen mensen in hun maandelijkse inkomsten. Het verschil tussen een schoonmaker die 1500 euro per maand verdient en een CEO die maandelijks 50.000 euro per maand verdient.

Vermogensongelijkheid gaat over het bezit. Dit kan gaan over spaargeld, aandelen, vastgoed. De kans dat dezelfde schoonmaker veel bezittingen heeft zoals aandelen is kleiner dan de CEO. Wanneer de CEO ook nog duizenden aandelen, een aantal huizen en een flinke spaarrekening heeft is het verschil met de schoonmaker groter.

Hier komt het spraakmakende werk van Thomas Piketty om de hoek kijken. De Franse econoom heeft jaren data verzameld vanaf 1791 over het kapitalisme. Hij laat hierin zien hoe het vermogen zich door de jaren heen heeft ontwikkelt.

De Financial Times (paywall) kwam eind mei met een flinke claim dat Piketty misschien niet enkel fouten had gemaakt maar misschien zelfs gemanipuleerd. Maar dit is volgens diverse experts iets te stevig gesteld. Ondertussen heeft Piketty weer uitgebreid gereageerd (PDF) en zal dit debat nog wel even doorgaan.

Naast de enorme hoeveelheid aan data geeft Piketty ook een voorspelling dat we terug naar de ‘klassenmaatschappij’ gaan in de Westerse wereld. In deze wereld verdienen ‘de rijken’ hun geld door het rendement op hun vermogen. Omdat volgens Piketty het rendement op het vermogen hoger is dan op de arbeid zal de vermogensongelijkheid enkel toenemen. Op deze voorspelling(en) is de nodige kritiek maar ze zorgen wel dat de vermogensongelijkheid een ‘hot topic’ is geworden in de financiële wereld, pers en politiek.

Thomas Piketty’s boek in 3 minuten door de BBC:

Hoe groot is de inkomensongelijkheid?

Dit is natuurlijk in ieder land anders en wordt gemeten door het Gini-coëfficiënt. Hierin wordt een land gemeten tussen de 0 en 1 procent. Bij 0% zou iedereen hetzelfde inkomen hebben en bij 1.0 verdelen een aantal individuen het gehele inkomen. In de onderstaande grafiek is te zien dat Nederland volgens het Gini-coëfficiënt in vergelijk met andere Westerse landen flink nivelleert en dat de inkomensongelijkheid meevalt en het al een tijd stabiel is. Vooral in Amerika, Israël en Groot-Brittannië is de inkomensongelijkheid een flink stuk groter.

Inkomensongelijkheid en GINI

Wanneer er wordt gekeken naar de 10% aan de bovenkant en onderkant zien we vaak grotere verschillen. De 10% aan de bovenkant gaat er jaarlijks gemiddeld zo’n 1,6% op vooruit, de middeninkomens 1,4% en de lagere inkomens 0,5%. In Amerika ging tot 2008 de rijkste 10 procent er zo’n 1,5% op vooruit en de laagste 10 procent maar 0,1% vooruit.

Maar zelfs dit vertelt niet het volledige verhaal. Door verschillende rekenmethodes en gegevensverzameling door de belastingdienst worden bijvoorbeeld de inkomsten uit vermogens niet meegerekend. Lees hiervoor het verhaal van De Correspondent.

Een discussie bij RTL-Z tussen Peter Paul de Vries en Robin Fransman over ongelijkheid in Nederland:

Een recent filmpje van Britse ongelijkheid (2014):

Hoe groot is de vermogensongelijkheid?

In maart 2014 kwam het CBS met cijfers waarin bleek dat in 2012 de rijkste 1% in Nederland circa 23,4% van het totale vermogen bezit en dat zou vergelijkbaar zijn met Amerika. Dit is met aandelen, vastgoed en spaargeld maar zonder pensioenen.

Dit laatste zou wel zorgen voor een vertekend beeld in vergelijk met andere landen waarin men minder pensioen heeft opgebouwd. Tevens is een groot deel van de circa 1000 miljard van de pensioenen ook voor de lagere en middeninkomens.

Hoe is de verdeling tussen Arm en Rijk in Nederland? Animatie van de NOS.

Een filmpje uit 2012 wat de Amerikaanse situatie uitlegt:

Wat zijn de argumenten tegen grote(re) ongelijkheid?

Veel van de voorstanders tegen grote(re) ongelijkheid zijn vaak tegen een extreme vorm van ongelijkheid. Dat enige (inkomens)ongelijkheid nodig is om ondernemerschap, talent en hard werken te belonen accepteert ook Piketty.

Tegenstanders van (extreme) ongelijkheid waarschuwen vaak dat het de democratie ondermijnt. Wanneer een kleine groep veel vermogen heeft kan men meer invloed uitoefenen op het beleid. Daardoor zijn de stemmen voor eenieder niet meer gelijk. Door de ongelijkheid voelen grote groepen zich buitengesloten en krijgen populisme, racisme en nationalisme sneller een gewillig oor.

Daarnaast heeft grotere gelijkheid meerdere positieve effecten zo ontdekten onderzoekers Richard Wilkinson en Kate Pickett. Na onderzoek bleek dat men in landen met grotere gelijkheid minder sociale problemen had. In landen met minder grote inkomensverschillen zijn mensen gelukkiger, leven ze gezonder en veiliger. Bekijk ook de presentatie van Richard Wilkinson:

Daarnaast zou er volgens diverse economen (Joseph Stiglitz o.a.), het IMF en OESO grotere ongelijkheid schadelijk zijn voor de economische groei. Doordat een grotere groep steeds minder te besteden krijgt en vermogenden steeds meer opslokken zou de economische groei achterblijven. Piketty is van mening dat de welvaart van de rijksten in verhouding moeten staan met de omvang en groei van de economie. Wanneer het vermogen 3 a 4 keer sneller groeit dan de economie ontstaan er een keer problemen en krijgen we de terugkeer van de klassenmaatschappij aldus Piketty.

Wat zijn de argumenten voor grote(re) ongelijkheid?

Ook bij de voorstanders van grote(re) ongelijkheid zijn weinig voorstanders van een ‘klassenmaatschappij’ zoals wij die van vroeger kennen. Wel vinden ze het vaak belangrijker om ondernemerschap, risico’s nemen, talent en hard werken goed te belonen. Wanneer een CEO 20 miljoen per jaar krijgt zal hij dit verdiend hebben en als hij geld spaart of risico neemt door te beleggen of vastgoed te kopen mag dit beloond worden. De markt (werknemers, interne toezichthouders en aandeelhouders bv) kunnen dit voorkomen als men het er niet mee eens is.

[pullquote]When the government tries to cut the economic pie into more equal slices, the pie gets smaller.[/pullquote]

De argumenten komen vaak uit de klassieke denkbeelden van de economie. Rijken hebben veel geld omdat ze risico’s namen en buitengewone diensten of producten produceerden. Ze hebben economische meerwaarde gecreëerd. Ze zorgen dus voor economische groei en om te kunnen blijven groeien hebben ze werknemers nodig. Deze werknemers verdienen geld dus kunnen zelf uit de armoede komen en kopen zelf ook producten. Het is een economische prikkel die zorgt dat men hard blijft werken, risico nemen en hun talent ten volle benutten en zorgt voor een ‘trickle down effect’.

Wat gaat men doen tegen de toename van de ongelijkheid?

Nederland is een relatief gelijke samenleving wanneer je het vergelijkt met Amerika en Groot-Brittannië als het gaat over inkomensongelijkheid. Dit gaat minder op voor het vermogen maar hier zijn ook kanttekeningen bij te plaatsen.

Vooral de partijen links van het midden lijken zich in Nederland hiermee bezig te houden. Hoewel de inkomensafhankelijke zorgpremie sneuvelde heeft dit kabinet wel wat aanpassingen gedaan om het geld te herverdelen binnen de samenleving.

Echt grote wijzigingen lijken op dit moment niet aan de orde. In Amerika is het steeds meer een onderwerp -vooral onder democraten- maar ook hier zijn tot op heden geen radicale plannen te verwachten.

Piketty heeft naast zijn voorspelling een aanbeveling gedaan van een ‘Global Wealth Tax’ tot wel 80%. Dit om te zorgen voor een gelijkere samenleving en om te zorgen dat er geen belasting ontweken kan worden via allerlei routes. Hij gaf echter zelf al aan dat de kans klein was dat dit in de nabije toekomst ging gebeuren.

Documentaires over ongelijkheid

Er zijn best wat documentaires over ongelijkheid verschenen de laatste jaren. Het merendeel natuurlijk over Amerika omdat daar de ongelijkheid het grootst is van de Westerse landen. De meest interessante komt van Robert Reich, voormalig minister van werkgelegenheid onder Clinton en proffesor op Berkeley University. Hij wil de ongelijkheid in Amerika laten zien door deze documentaire. De documentaire is te zien op economiedocu.nl.

Daarnaast had de VARA in 2012 een drieluik over Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. In de aflevering over gelijkheid komen aan het woord Robert Frank, Richard Wilkinson en Kate Pickett. Andere kijktips zijn:


Kleine uitleg van Ezra Klein op VOX over waarom vermogensongelijkheid gevaarlijk kan zijn voor Amerika.

Leestips

Heb jij nog op of aanmerkingen dan wel lees of kijktips over ongelijkheid? Laat het weten via Google Plus, Facebook of Twitter!

Share